De ontspoorde “neutraliteit” van het Oost-Vlaamse provinciebestuur

Op 17 december jl. keurde de verzamelde dwaasheid van de Provincieraad van Oost-Vlaanderen een regeling i.v.m. de hoofddoek op de scholen van de provincie goed. Er komt een hoofddoekenverbod, en dat wordt gepresenteerd als “neutraliteit”. In een interviewtje hoorde ik de député van onderwijs zeggen dat de “neutraliteit” straks zal worden ingevoerd. De journalist vond het niet nodig te vragen wat dat begrip inhoudt en welk belang het heeft, en waarom het nu opeens moet worden ingevoerd?

De NVA-député, Kurt Moens, verstaat onder “neutraliteit” een hoofddoekenverbod, en demonstreert daarmee zijn incompetentie. Laat ik de zaken even duidelijk stellen. De neutraliteit van de Belgische staat – en daarmee ook van de scholen van de Belgische overheid – vloeit rechtstreeks voort uit de Belgische grondwet. Die bepaalt immers dat er in België godsdienstvrijheid is. Elke burger is vrij om een godsdienst te hebben (of geen) en de overheid mag zich daarmee dus niet bemoeien. Tenzij de godsdienst of zijn aanhangers de wet zou overtreden, dat is een andere kwestie.

De neutraliteit is dus een eigenschap van de Belgische staat en zijn overheden, en van zijn instellingen. Als het gaat om onderwijsinstellingen, geldt dat die de levensbeschouwelijke vrijheid van de burgers moeten respecteren. Zij kunnen geen levensbeschouwing promoten en er ook geen tegenwerken. Dat zou bevoegdheidsoverschrijding en aantasting van de grondwet zijn, en daar zou meteen tegen moeten worden opgetreden.

Neutraliteit geldt niet voor leerlingen

De levensbeschouwelijke neutraliteit is dus een kenmerk van en een vereiste voor de overheid, dus ook voor haar scholen. Zij betreft niet het cliënteel van die scholen, de leerlingen, maar wel de instelling: directie, leerkrachten, leerstof… Een verbod inzake de kleding van leerlingen op grond van “neutraliteit” kan dus niet, en roept meteen de vraag op of de school het neutraliteitsprincipe niet aan het schaden is en de grondwet schendt? Die vraag is nu nijpend, na de beslissing van de provincieraad van 17 december.

Overigens zijn dergelijke verboden ook niet zomaar aangewezen voor het personeel van de scholen. Die mogen niet voor of tegen een bepaalde levensbeschouwing ageren, dat wil zeggen dat zij de geest van pluralisme moeten cultiveren: de leerlingen of studenten duidelijk maken dat er in België vrijheid van levensbeschouwing is en dat levensbeschouwelijke verdraagzaamheid de norm is. Dat kan eigenlijk beter met een ook vestimentair bont gezelschap van personeelsleden, leerkrachten met een hoofddoek naast leerkrachten zonder beantwoorden perfect aan de filosofie van de Belgische staat.

De hoofddoek is christelijke traditie

Een ander troebel punt betreft de levensbeschouwelijke “symbolen”. De hoofddoek is, in tegenstelling tot een kruis, geen symbool, maar een teken. Hij is de voortzetting van een oude traditie waarin loshangend haar seksuele beschikbaarheid of zelfs uitnodiging tot seksueel contact betekende. De hoofddoek signaleerde onbeschikbaarheid, en was daarmee een teken van zedigheid. Dat is ook christelijke traditie (en in het Midden-Oosten wordt de hoofddoek ook wel door christelijke vrouwen gedragen, die is niet exclusief islamitisch). Ik herinner me nog goed hoe mijn zeer katholieke moeder een hoofddoek (een sjaaltje) over haar hoofdhaar deed als ze naar de kerk ging. En in onze kerken zie je overal afbeeldingen van de Moedermaagd Maria die een hoofddoek draagt. Dat is echt wel Vlaamse en Belgische traditie!

Het Oost-Vlaamse provinciebestuur levert knoeiwerk af: het hanteert begrippen die niet of verkeerd gedefinieerd worden, is wazig over de doelstellingen van zijn beleid, en heeft blijkbaar een verborgen agenda. Die verdient nader onderzoek en daar kom ik dus op terug in een volgende aflevering van deze blog.

De Maagd Maria in de Sint-Lievenskerk van Ledeberg

Plaats een reactie