Het propagandaverhaal “Boetsja” (deel 1)

In Doorbraak van 10 april lees ik een interview van Roan Asselman met Kathleen Depoorter, Kamerlid voor N-VA en ondervoorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken. Het schokkende aan dat vraaggesprek is niet het overbekende narratief over de slachting die de Russen zouden hebben aangericht in de stad Boetsja, maar wel de totale onkunde zowel van de interviewer als van de geïnterviewde.

Oorlogsmisdaden zijn uiteraard te onderzoeken, te veroordelen en te bestraffen. Maar ze zijn even vanzelfsprekend als verwerpelijk. Zogenaamd geciviliseerde landen als bijvoorbeeld de VS of Frankrijk hebben opmerkelijke prestaties geleverd op dit gebied. Dat is psychologisch begrijpelijk: om op mensen te kunnen schieten moet je ze eerst ontmenselijken, herleiden tot hinderlijke konijnen die mogen afgemaakt worden. Als die ontmenselijking gebeurd is, is de volgende stap natuurlijk dat je ze ook mag folteren en verminken.

Daar komt dan bij dat de partijen in een oorlog onder stress staan, vaak lijden aan slaaptekort, angst en nervositeit – allemaal factoren die agressie versterken, het morele denken vertroebelen en grensoverschrijdend gedrag vergemakkelijken. Haat, wraaklust en sadisme werken dan samen om alle normen te negeren of te vergeten.

Folteren en moorden niet als ontsporing, maar als strategie

Maar naast die psychologische kant van oorlogsmisdaden zoals foltering en willekeurige executie is er natuurlijk ook een systemische: terreur en terrorisme zijn belangrijke onderdelen van de oorlogsvoering, bedoeld om de tegenstander te demoraliseren en verzet de kop in te drukken. Het bestraffen van oorlogsmisdaden van het eigen kamp is dan ook vaak dubbelzinnig: er wordt een nogal milde straf uitgesproken, en na niet al te lange tijd wordt de gevangenisstraf van de oorlogsmisdadiger(s) beëindigd met een vervroegde vrijlating. De straf was dan een PR-operatie, die uitdooft als het wat stiller geworden is rond de misdaad.

Omgekeerd is het uitvergroten en dramatiseren van de reële, veronderstelde of verzonnen oorlogsmisdaden van de tegenstander ook een onderdeel van de psychologische oorlogsvoering, die in de context van de hedendaagse massamedia heel belangrijk is.

Boetsja in de propagandastrijd van Kiev

Zo zijn de doden van Boetsja een terugkerend onderdeel van de oorlogspropaganda van het regime in Kiev. Roan Asselman schrijft in de inleiding van zijn interview: “In Bucha (of Boetsja), een voorstad van de Oekraïense hoofdstad Kiev, werd tijdens de eerste weken van de oorlog uitvoerig geplunderd, gefolterd en gemoord door de Russische strijdkrachten. (…) Dat is nu vier jaar geleden. Om de Russische agressie in Bucha te herdenken, werden door de Oekraïense overheid ook enkele Belgische parlementsleden uitgenodigd. Een van hen was Kathleen Depoorter, Kamerlid voor N-VA en ondervoorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken.”

Eerder al was het premier De Wever zelf die deelnam aan een dergelijke PR-actie van Kiev en zich daarmee inschakelde in de oorlogspropaganda van het regime… Beide politici deden dat volkomen kritiekloos. In beide gevallen ging het om emotiegerichte verhalen zonder een spoor van historische kritiek. De Russen zijn nu eenmaal beesten en die arme, onschuldige Oekraïners verdienen al onze sympathie, nietwaar?

Dat Oekraïne foltert en moordt, zelfs eigen mensen, wordt daarbij verzwegen, en ook de contextualisering blijft achterwege. Depoorter heeft het over “meer dan 500 mensen die door het Russische leger gedood zijn tijdens de 33 dagen dat de stad bezet werd”. Geen woord over de burgeroorlog die door Kiev werd opgestart tegen de dissidente Donbasprovincies, waarvan het aantal slachtoffers op zo’n 10.000 geschat wordt. Een oorlog die een aaneenschakeling van oorlogsmisdaden was van het Kievregime, dat met artillerie en scherpschutters de opstandelingen aanviel. Volstrekt buitensporige middelen om een conflict over de taalpolitiek “op te lossen”.

De ideologische verwardheid van de NVA

Het komt me voor dat de NVA zijn eigen uitgangspunten verraadt. De situatie in Oekraïne – waarbij de erkenning en het gebruik van het Russisch grotendeels werd verboden – is te vergelijken met wat er in België zou gebeuren als het Nederlands zou worden afgevoerd als taal van de overheid en het onderwijs en alles in het Frans zou moeten. Dat zou een zwaar conflict uitlokken, allicht zelfs een volksopstand van de Vlamingen.

Je zou dus mogen verwachten dat de NVA alle sympathie heeft voor het Russisch sprekende deel van de bevolking in Oekraïne en zich actief engageert om de rechten daarvan te verdedigen. Maar daar is niets van te merken. Door een of andere ideologische kortsluiting (zeg maar: russofobie) sympathiseert die partij met taalonderdrukking en oorlogsgeweld en repressie tegen mensen die opkomen voor hun rechten op taalgebied. Mentaal gestoord, die partij?

Plaats een reactie